Wet op de verlening van bijstand aan de Europese Commissie b ст. 3
1 Op de in artikel 2, vijfde lid , bedoelde functionarissen zijn de artikelen 5:15 tot en met 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
2 De artikelen 2:5 en 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
3 Een functionaris als bedoeld in artikel 2, vijfde lid , toont desgevraagd een geldig identiteitsbewijs en een document waarin zijn hoedanigheid wordt vermeld.
4 Onze Minister die het aangaat is bevoegd tot overeenkomstige toepassing van artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde functionarissen.
История изменений
- In werking sinds 2021-07-01