Wet lokaal spoor · Wet lokaal spoor
Wet lokaal spoor ст. 21
Hoofdstuk 3 Beheer van lokale spoorwegen
1 De beheerder stelt, na overleg met de vervoerder en andere rechthebbenden op de lokale spoorweginfrastructuur jaarlijks ter uitvoering van de visie, bedoeld in artikel 17 , een beheerplan op.
2 Het beheerplan behoeft de instemming van gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur.
3 De beheerder legt jaarlijks voor 1 april aan gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur in een jaarverslag verantwoording af over de uitoefening van zijn taken in het afgelopen kalenderjaar.
4 Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur kunnen in de voorschriften, bedoeld in artikel 18, zesde lid , eisen stellen aan de inhoud en de procedure van totstandkoming van het beheerplan alsmede aan het jaarverslag.
История изменений
- In werking sinds 2015-12-01