Правовая библиотека и анализ дел · Австрия · Бельгия · Европейский союз
LAWxPERT Вход Бесплатная учётная запись

Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies · Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies

Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies ст. 3.27.7Afwijzingsgronden

Titel 3.27 Important Projects of Common European Interest (IPCEI)

ДействуетОфициальный текст

1 De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidieverlening betreffende een Nederlands belangrijk project op elk soort deelgebied, indien: a. het aannemelijk is dat door het Nederlandse belangrijke project in onvoldoende mate invulling wordt gegeven aan de criteria, bedoeld in paragrafen 3.2.1, onderdelen 15, 16, 18, 19 en 20, 3.2.3, onderdelen 22, 23, 24 en 25, en 3.3, onderdeel 26, van het IPCEI-steunkader; b. in onvoldoende mate is gewaarborgd dat de uitvoering van het Europese of Nederlandse belangrijke project door de betrokken partijen in overeenstemming zal zijn met: 1°. internationale en Europese verdragen, waaronder in ieder geval de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens; of 2°. het recht van de Europese Unie, waaronder in ieder geval het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, Verordening (EU) 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douane en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad (PbEU 2013, L 181), Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119), Verordening (EU) 2026/1386 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2026 inzake de screening van buitenlandse investeringen in de Unie en tot intrekking van Verordening (EU) 2019/452 (PbEU 2026, L 1386), Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan (PbEU 2016, L 157) en Richtlijn 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie (PbEU 2016, L 194); c. in het geval er sprake is van een Nederlands samenwerkingsverband waaraan een onderzoeksorganisatie deelneemt, de samenwerking tussen die onderzoeksorganisatie en de overige deelnemers in het samenwerkingsverband onvoldoende evenwichtig is, blijkend uit de omstandigheid dat de onderzoeksorganisatie meer dan 65 procent van de subsidiabele kosten maakt.

2 Onverminderd het eerste lid beslist de minister afwijzend op een aanvraag om subsidieverlening betreffende een Nederlands belangrijk project op een specifiek deelgebied, indien: a. de aanvraag om subsidieverlening betrekking heeft op een Nederlands belangrijk project op het deelgebied ‘algemene en pre-commerciële ontwikkeling van geavanceerde halfgeleidertechnologieën’, bedoeld in artikel 3.27.2, eerste lid, onderdeel a : 1°. waarvoor niet een voorlopig projectvoorstel ingediend was bij de minister op uiterlijk 2 februari 2026 om 17:00 uur op grond van de oproep opgenomen in Stcrt. 2025, 41451; 2°. dat niet past binnen het thema ‘AI-chips en -accelerators’, ‘fotonische integrated circuits’, ‘chiplets en heterogene integratie /advanced packaging’, ‘disruptieve sensoren voor autonomie’, ‘vermogenselektronica en disruptieve energiebesparende oplossingen’, ‘secure communications’ of ‘enabling technologies’, genoemd in paragraaf 1.4 van de oproep (Stcrt. 2025, 41451); 3°. waarvoor de pre-notificatiefase nog niet gestart was op 30 november 2026; 4°. waarvan de financieringskloof minder dan € 10.000.000 zou bedragen; of 5°. waarvoor eerder in totaal een subsidie van ten minste € 50.000.000 is verstrekt aan één of meer van de betrokken directe partners op grond van deze titel voor het uitvoeren van dezelfde activiteiten, bedoeld in artikel 3.27.2, tweede lid, onderdeel a , binnen dit deelgebied, bedoeld in artikel 3.27.2, eerste lid, onderdeel a; 6°. waarvoor de subsidiabele kosten minder zouden bedragen dan € 5.000.000; 7°. de te verlenen subsidie minder dan € 125.000 per subsidieaanvrager zou bedragen; 8°. na toepassing van artikel 3.27.8, eerste lid, onderdelen a tot en met d, onder 1° en 2°, en tweede lid , minder dan zes punten per criterium zijn toegekend; b. de aanvraag betrekking heeft op een Nederlands belangrijk project op het deelgebied ‘onderzoek en ontwikkeling van geavanceerde halfgeleidertechnologieën’, bedoeld in artikel 3.27.2, eerste lid, onderdeel b : 1°. waarvoor niet een voorlopig projectvoorstel ingediend was bij de minister op uiterlijk 2 februari 2026 om 17:00 uur op grond van de oproep, opgenomen in Stcrt. 2025, 41451; of 2°. dat niet past binnen het thema ‘AI-chips en -accelerators’, ‘fotonische integrated circuits’, ‘chiplets en heterogene integratie /advanced packaging’, ‘disruptieve sensoren voor autonomie’, ‘vermogenselektronica en disruptieve energiebesparende oplossingen’, ‘secure communications’ of ‘enabling technologies’ als bedoeld in paragraaf 1.4 van de oproep, opgenomen in Stcrt. 2025, 41451; 3°. waarvoor de subsidiabele kosten minder zouden bedragen dan € 5.000.000; 4°. de te verlenen subsidie minder dan € 125.000 per subsidieaanvrager zou bedragen; 5°. na toepassing van artikel 3.27.8, eerste lid, onderdelen a tot en met d, onder 1° en 2°, en tweede lid , minder dan zes punten per criterium zijn toegekend; c. de aanvraag betrekking heeft op een Nederlands belangrijk project op het deelgebied ‘onderzoek en ontwikkeling van kunstmatige intelligentietechnologieën’, bedoeld in artikel 3.27.2, eerste lid, onderdeel c : 1°. waarvoor niet een voorlopig projectvoorstel ingediend was bij de minister op uiterlijk 25 maart 2026 om 17:00 uur op grond van de oproep, opgenomen in Stcrt. 2026, 7919; 2°. dat niet past binnen één van de thema’s of voorwaarden van het waardeketendocument als bedoeld in paragraaf 1.4 van de oproep, opgenomen in Stcrt. 2026, 7919; 3°. waarvoor de subsidiabele kosten minder zouden bedragen dan € 5.000.000; 4°. de te verlenen subsidie minder dan € 125.000 per subsidieaanvrager zou bedragen, indien het Nederlandse belangrijke project wordt uitgevoerd in een Nederlands samenwerkingsverband; 5°. na toepassing van artikel 3.27.8, eerste lid, onderdelen a, b, c, d, onder 1°, en e, en tweede lid , minder dan zes punten per criterium zijn toegekend.

История изменений
  • In werking sinds 2026-10-01