Regeling instelling Toezichtcomité ESF2 en ESF 2014-2020 ст. 3Samenstelling
1 Het Toezichtcomité bestaat uit de volgende leden: a. drie leden, benoemd door de Minister, waaronder de voorzitter; b. een lid, benoemd door de Minister, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; c. een lid, benoemd door de Minister, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; d. een lid, benoemd door de Minister, op voordracht van de Minister van Economische Zaken; e. een lid, benoemd door de Minister, op voordacht van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten; f. twee leden, benoemd door de Minister, op voordracht van de in de Stichting van de Arbeid vertegenwoordigde organisaties van werkgevers; g. twee leden, benoemd door de Minister, op voordracht van de in de Stichting van de Arbeid vertegenwoordigde organisaties van werknemers; h. een lid, benoemd door de Minister, op voordracht van het College voor de Rechten van de Mens.
2 De leden van het Toezichtcomité kunnen zich ter vergadering laten bijstaan door een of meer adviseurs.
3 Voor ieder lid kan de Minister een plaatsvervanger benoemen, voor zover van toepassing op voordracht van de instantie die het te vervangen lid heeft voorgedragen.
4 Op eigen initiatief of op verzoek van het Toezichtcomité neemt een vertegenwoordiger van de Europese Commissie met raadgevende stem zitting in het Toezichtcomité.
5 Het secretariaat van het Toezichtcomité berust bij het Ministerie.