Regeling bijzondere bevoegdverklaringen luchtwaardigheid ст. 2.3(Eisen voor afgifte bijzondere bevoegdverklaringen AML)
§ 2 AML
1 Een bijzondere bevoegdverklaring AML als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid , wordt afgegeven, nadat de aanvrager heeft aangetoond te voldoen aan de navolgende eisen inzake basiskennis en ervaring voor afgifte van de bijzondere bevoegdverklaring: a. de aanvrager toont aan dat het examen voor de bijzondere bevoegdverklaring niet langer dan drie jaren voorafgaand aan de datum van de aanvraag met voldoende resultaat is afgelegd; b. de aanvrager toont aan: 1°. dat in de drie jaren, onmiddellijk voorafgaand aan de datum van aanvraag tenminste twee jaren ervaring is verkregen met betrekking tot de werkzaamheden waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring is vereist; 2°. dat de werkzaamheden, bedoeld onder 1°, zijn verricht onder toezicht van een houder van een AML of Part-66 AML of een erkende onderhoudsorganisatie als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onder a, van de Regeling erkenningen luchtwaardigheid 2008 .
2 De werkzaamheden, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid , worden op de AML vermeld nadat de aanvrager heeft aangetoond een training voor het calibreren en compenseren van direct afleesbare magnetische kompassen met voldoende resultaat te hebben gevolgd.