Omgevingsregeling · Omgevingsregeling
Omgevingsregeling ст. 2.36(geometrische begrenzing locaties voor elektriciteitsvoorziening)
§ 2.3.10 Installaties voor elektriciteitsvoorziening
1 De geometrische begrenzing van de locaties voor grootschalige elektriciteitsopwekking met een of meer elektriciteitsproductie-installaties met een gezamenlijk vermogen van ten minste 500 MW en de daarmee verbonden werken en infrastructuur, met uitzondering van kernenergiecentrales en elektriciteitsproductie-installaties die elektriciteit opwekken door windenergie, bedoeld in artikel 5.156, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving , is vastgelegd in bijlage III .
2 De geometrische begrenzing van de locaties voor een kernenergiecentrale , bedoeld in artikel 5.156, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving , is vastgelegd in bijlage III .
3 De geometrische begrenzing van de locaties voor het gebied binnen een straal van één km rondom een kernenergiecentrale , bedoeld in artikel 5.158 van het Besluit kwaliteit leefomgeving , is vastgelegd in bijlage III .
4 De geometrische begrenzing van de locaties voor een hoogspanningsverbinding met een spanning van ten minste 220 kV , bedoeld in artikel 5.156, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving , is vastgelegd in bijlage III .