Omgevingsregeling · Omgevingsregeling
Omgevingsregeling ст. 3.41(kenmerken gelijkwaardige gebruiksmogelijkheden)
Afdeling 3.4 Gelijke hoedanigheid en gelijkwaardige gebruiksmogelijkheden
1 Van onroerende zaken met een gelijke hoedanigheid worden de gelijkwaardige gebruiksmogelijkheden bepaald aan de hand van de bodemgeschiktheid.
2 De bodemgeschiktheid wordt bepaald aan de hand van de volgende kenmerken: a. de ontwateringstoestand; b. de beschikbaarheid van bodemvocht voor de groei van gewassen; c. de stevigheid van de bovengrond; d. de verkruimelbaarheid van de bodem; e. de stabiliteit van de bodem op maaiveldniveau; f. de stuifgevoeligheid van de bodem; en g. de dikte van de laag waarin zich 80% van de wortels van een gewas bevindt.
3 Voor elke gebruiksmogelijkheid wordt bepaald welke kenmerken doorslaggevend zijn.