Regeling bemanning zeeschepen · Regeling bemanning zeeschepen
Regeling bemanning zeeschepen ст. 4.3.3Drinkwater
Paragraaf 4.3 Voeding en drinkwater ten behoeve van zeevarenden aan boord van een zeeschip, niet zijnde een vissersvaartuig
1 Voor de bevoorrading van een zeeschip met drinkwater wordt de benodigde hoeveelheid vastgesteld op basis van de in artikel 4.3.2, eerste lid , genoemde criteria, alsmede op basis van de mogelijkheid van aanvulling gedurende de reis met behulp van een voorziening om drinkwater te maken.
2 In geval van onvoorziene omstandigheden tijdens de reis kan de kapitein de hoeveelheid drinkwater per zeevarende rantsoeneren.
3 Het drinkwater wordt opgeslagen in de in artikel 4.1.19, vierde lid , bedoelde of andere daarvoor geschikte tanks die schoon zijn en zo zijn afgesloten dat daarin geen vreemde bestanddelen komen.
4 Het drinkwater wordt slechts in de drinkwatertank geleid: a. met een aanvoerslang die vrij van de kade wordt gehouden; b. nadat ten minste één minuut het water op volle aanvoerdruk uit de aanvoerslang heeft gestroomd; c. indien tijdens het laden per ton drinkwater wordt toegevoegd: 1°. een gestabiliseerd hypochloriet in zodanige hoeveelheid, dat minstens 0,7 gram vrij chloor per ton vrijkomt; 2°. een hoeveel gestabiliseerd hypochloriet met een hoeveelheid ammoniumzout, zodat ten minste 2,5 gram monochlooramine (NH 2 Cl) per ton ontstaat; of 3°. een door de minister toegestane stof in een zodanige hoeveelheid dat minstens 0,7 gram vrij chloor per ton water vrijkomt; en d. indien de in onderdeel c genoemde stoffen behoorlijk door het drinkwater worden gemengd.
5 Een drinkwatertank die voor inspectie, onderhoud, of anderszins is betreden, wordt gereinigd door de tank te vullen met drinkwater waarin 10 gram vrij chloor per ton drinkwater is gemengd.
6 De drinkwatertank wordt slechts bevoorraad met drinkwater als dat water ten minste twee uur lang in de tank is geweest en daarna is uitgepompt