Subsidieregeling beroeps- en belangenverenigingen decentraal ст. 4
Het subsidieplafond
1 Het subsidieplafond voor de voorbereiding en ontwikkeling als bedoeld in artikel 3, eerste lid , en voor de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, bedraagt tot 1 januari 2031 in totaal € 18.772.000.
2 Met uitzondering van de Vereniging van Gemeentesecretarissen wordt het subsidieplafond per vereniging, naast een basisbedrag voor de uitvoering van de subsidiabele activiteiten en een bedrag voor het verzorgen van oriëntatie- en inwerkprogramma’s voor de beroepsgroep, nader onderverdeeld in maximumbedragen op basis van de volgende indicatoren: a. de omvang van de beroepsgroep die de vereniging bedient; b. de mate waarin de beroepsgroep gebruik maakt van de activiteiten van de vereniging; en c. de mate waarin de vereniging aanverwante beroepsgroepen bedient.
3 Voor het Nederlands Genootschap van Burgemeesters bevat het subsidieplafond naast de bedragen, bedoeld in het vijfde lid, een extra bedrag ter bekostiging van de specifieke ondersteuning voor burgemeesters.
4 De in het tweede en derde lid bedoelde bedragen zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling.
5 Het subsidieplafond bedraagt per jaar ten hoogste voor: a) Het Nederlands Genootschap van Burgemeesters € 1.158.900; b) De Nederlandse Vereniging voor Raadsleden € 618.100; c) De vereniging Statenlidnu € 414.200; d) De Vereniging van Gemeentesecretarissen € 100.000; e) De Vereniging van Griffiers € 435.000; f) De Vereniging van Rekenkamers € 460.000; g) De Wethoudersvereniging € 568.200.