Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging NCG 2026 ст. 4Directeur
§ 2 Ondermandaat, volmacht en machtiging
1 Aan de directeur Dienstverlening en de directeur Bedrijfsvoering wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein.
2 Aan de directeur Eemsdelta en de directeur Stad & Ommeland wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein. Bij een project met overlap van regio’s zijn beide directeuren, ieder voor zich, bevoegd.
3 Aan de directeuren wordt ondermandaat, volmacht en machtiging verleend ten aanzien van de P&O-aangelegenheden van hun organisatieonderdeel, met inbegrip van de volgende aangelegenheden: a. het aanbieden en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde of bepaalde tijd; b. het opdragen van een andere functie; c. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden; d. het toekennen van een hogere salarisschaal; e. het toekennen van beloningen; f. het afnemen van de eed en belofte.
4 Aan de directeuren wordt ondermandaat, volmacht en machtiging verleend om klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht en die hun organisatieonderdeel betreffen te behandelen, een en ander in afstemming met de klachtencoördinator en met inachtneming van het Voorschrift interne klachtenbehandeling van NCG.