Beleidsregel artikelen 3.1 en 3.2 Regeling kunststofproducte ст. 7Vergoeding per overheidsorganisatie
1 De hoogte van de vergoeding als bedoeld in artikel 3.2, tweede lid, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik wordt als volgt bepaald: a. voor gemeenten: het aantal inwoners vermenigvuldigd met de niet afgeronde waarde van de kosten per inwoner voor gemeenten in de betreffende grootteklasse als bedoeld in artikel 7, onderdelen a tot en met d; b. voor provincies: de oppervlakte van de provincie in km 2 vermenigvuldigd met de niet afgeronde waarde van de kosten per km 2 als bedoeld in artikel 7, onderdeel e; c. voor waterschappen: de totale lengte van de waterwegen in km vermenigvuldigd met de niet afgeronde waarde van de kosten per km waterweg als bedoeld in artikel 7, onderdeel f; d. voor Rijkswaterstaat, ProRail onderscheidenlijk Staatsbosbeheer: de wegingsfactor van de betreffende overheidsorganisatie als vermeld in artikel 6, eerste kolom , vermenigvuldigd met het totaal van de kosten voor het opruimen van zwerfafval als bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met h , zijnde € 62.038.805,27, en de kosten voor bewustmakingsmaatregelen van artikel 2, onderdeel i.
2 Per overheidsorganisatie zijn het gebiedskenmerk, de maximale vergoeding, gebaseerd op de niet afgeronde waarde van de gemiddelde kosten per gebiedskenmerk als bedoeld in artikel 6 , en de afgeronde wegingsfactor binnen de betreffende categorie overheidsorganisaties als bedoeld in artikel 6 vermeld in de tabel van de bijlage .
3 De uit te keren vergoedingen worden overeenkomstig artikel 3.2, tweede lid, eerste volzin, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik gecorrigeerd voor het geïnde bedrag op 1 oktober 2026.
4 Nadien binnengekomen bijdragen worden overeenkomstig artikel 3.2, vijfde lid, tweede volzin, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik aangehouden en naar rato uitbetaald op een later moment.