Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rec ст. 17
DEEL III
1 Niemand mag worden onderworpen aan willekeurige of onwettige inmenging in zijn privé leven, zijn gezinsleven, zijn huis en zijn briefwisseling, noch aan onwettige aantasting van zijn eer en goede naam.
2 Een ieder heeft recht op bescherming door de wet tegen zodanige inmenging of aantasting.