Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Ko ст. 3.20Lichten van stilliggende schepen
HOOFDSTUK 3 OPTISCHE TEKENS VAN SCHEPEN
1 Een schip dat direct of indirect aan de oever gemeerd ligt, moet voeren: een wit gewoon rondom schijnend licht aan de zijde van het vaarwater op een hoogte van tenminste 3 m.
2 Een klein schip dat stilligt, met uitzondering van de bijboot van een schip, moet voeren: een wit gewoon rondom schijnend licht waar dit het best kan worden gezien.
3 De in dit artikel bedoelde lichten behoeven niet te worden gevoerd door een schip: a. dat ligt in een gedeelte van de vaarweg, aangewezen door de bevoegde autoriteit; b. dat ligt in een gedeelte van de vaarweg waar varen niet mogelijk dan wel verboden is; c. dat direct of indirect aan de oever gemeerd ligt en vanwege aldaar aanwezige verlichting voldoende zichtbaar is; d. dat op een veilige ligplaats ligt.
4 Dit artikel is niet van toepassing op de schepen, bedoeld in artikel 3.27.