Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van woestijn ст. 2Bijzondere omstandigheden van de Aziatische regio
Bij de nakoming van hun verplichtingen ingevolge het Verdrag nemen de Partijen, in voorkomend geval, de volgende bijzondere omstandigheden in aanmerking die in uiteenlopende mate van toepassing zijn op de Partijen die getroffen landen in deze regio zijn:
a. de in verhouding grote omvang van de gebieden op hun grondgebieden die zijn getroffen door of kwetsbaar zijn voor woestijnvorming en droogte en de grote verscheidenheid van deze gebieden wat betreft klimaat, topografische situatie, grondgebruik en sociaal-economische stelsels; b. de zware druk op natuurlijke rijkdommen ten behoeve van de middelen van bestaan; c. het bestaan van produktiestelsels, rechtstreeks verband houdend met de alom heersende armoede, die leiden tot aantasting van de grond en druk op de schaarse watervoorraden; d. de ingrijpende gevolgen van de situatie van de wereldeconomie en sociale problemen zoals armoede, slechte gezondheid en ondervoeding, het niet kunnen veiligstellen van de voedselvoorziening, migratie, ontheemden en bevolkingsdynamiek; e. hun groeiende, doch nog altijd ontoereikende, capaciteit en institutionele kaders om nationale problemen m.b.t. woestijnvorming en droogte te kunnen aanpakken; en f. hun behoefte aan internationale samenwerking om doelstellingen van duurzame ontwikkeling na te streven die verband houden met het bestrijden van woestijnvorming en het inperken van de gevolgen van droogte.