Europees Verdrag inzake nationaliteit · Europees Verdrag inzake nationaliteit
Europees Verdrag inzake nationaliteit ст. 5Non-discriminatie
HOOFDSTUK II ALGEMENE BEGINSELEN INZAKE NATIONALITEIT
1 De regels van een Staat die Partij is, inzake nationaliteit mogen geen onderscheid bevatten of gebruiken inhouden die neerkomen op discriminatie op grond van geslacht, godsdienst, ras, kleur of nationale of etnische afkomst.
2 Elke Staat die Partij is, laat zich leiden door het beginsel van non-discriminatie tussen zijn onderdanen, ongeacht het feit of zij onderdaan door geboorte zijn of de nationaliteit van die Staat later hebben verkregen.