Verdrag inzake de bestrijding van terroristische bomaanslage ст. 4
Elke Staat die Partij is neemt de maatregelen die nodig zijn om:
a. de in artikel 2 van dit Verdrag omschreven strafbare feiten strafbaar te stellen in zijn nationale wetgeving; b. op deze feiten passende straffen te stellen die rekening houden met de ernst van deze feiten.