Verdrag betreffende het verbod op en de onmiddellijke actie ст. 6
1 Elk Lid stelt actieprogramma's op voor het uitbannen met voorrang van de ergste vormen van kinderarbeid en voert deze uit.
2 Deze actieprogramma's worden opgesteld en uitgevoerd in overleg met de bevoegde overheidsinstellingen en de werkgevers- en werknemersorganisaties, waarbij in voorkomend geval rekening wordt gehouden met de opvattingen van andere betrokken groepen.