Overeenkomst tussen de Regeringen van de Beneluxstaten (het ст. 6
1 De identiteit en de nationaliteit van een over te nemen persoon overeenkomstig de in lid 1 van artikel 2 en de artikelen 3 en 4 opgenomen procedures, kunnen worden aangetoond door middel van de volgende documenten: – een geldig nationaal identiteitsbewijs; – een geldig paspoort of paspoortvervangend reisdocument met foto (laissez-passer); – een geldig militair identiteitsbewijs of een ander identiteitsbewijs van het personeel van de strijdkrachten met een foto van de houder.
2 De identiteit en de nationaliteit kunnen aannemelijk worden gemaakt aan de hand van de volgende documenten: – een document, zoals hiervoor beschreven, waarvan de geldigheidsduur is verstreken op de dag van ontvangst van het verzoek om overname; – een officieel document anders dan beschreven in het vorige lid, aan de hand waarvan de identiteit van de betrokkene kan worden vastgesteld (rijbewijs e.d.); – een document waaruit een consulaire inschrijving blijkt, een nationaliteitsbewijs of een bewijs van de burgerlijke stand.
3 Het vermoeden van identiteit en nationaliteit kan tevens worden ondersteund door middel van één van de volgende elementen: – een betrouwbare getuigenverklaring, opgesteld door de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij; – andere documenten waaruit de identiteit van de betrokkene blijkt; – afschriften van bovengenoemde documenten; – de verklaring van de betrokkene zelf, behoorlijk opgesteld door de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij; – de taal waarin de betrokkene zich uitdrukt.