Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee ст. 7Directeur-Generaal en personeel van de Onderneming
1 Op aanbeveling van de Raad en uit de voordracht van de Raad van Bestuur kiest de Vergadering de Directeur-Generaal van de Onderneming, die geen lid van de Raad van Bestuur is. De Directeur-Generaal bekleedt zijn functie voor een vastgestelde termijn, die niet langer is dan vijf jaar, en kan worden herkozen voor volgende ambtstermijnen.
2 De Directeur-Generaal is de wettelijke vertegenwoordiger en hoogste functionaris van de Onderneming en is rechtstreeks verantwoordelijk jegens de Raad van Bestuur voor de leiding van de werkzaamheden van de Onderneming. Hij is verantwoordelijk voor de organisatie, het beheer, de aanstelling en het ontslag van het personeel van de Onderneming overeenkomstig de regels en voorschriften, bedoeld in artikel 6, letter (1), van deze Bijlage. Hij neemt, zonder stemrecht, deel aan de vergaderingen van de Raad van Bestuur en kan, zonder stemrecht, deelnemen aan de bijeenkomsten van de Vergadering en de Raad, wanneer deze organen aangelegenheden betreffende de Onderneming behandelen.
3 De allerbelangrijkste overweging bij de aanwerving en indienstneming van het personeel en bij de vaststelling van hun arbeidsvoorwaarden is de noodzaak, de hoogste normen van efficiëntie en van technische bekwaamheid te waarborgen. Onder dit voorbehoud wordt naar behoren aandacht besteed aan het belang van de aanwerving van het personeel op een billijke geografische grondslag.
4 Bij de uitoefening van hun taken ontvangen noch verzoeken de Directeur-Generaal en het personeel instructies van enige regering of van enige andere bron buiten de Onderneming. Zij onthouden zich van handelingen die afbreuk zouden kunnen doen aan hun positie als internationale ambtenaren van de Onderneming die alleen jegens de Onderneming verantwoordelijk zijn. Elke Staat die Partij is, verbindt zich ertoe, het uitsluitend internationale karakter van het dienstverband van de Directeur-Generaal en het personeel te eerbiedigen en niet te pogen hen te beïnvloeden bij het nakomen van hun verantwoordelijkheden.
5 De verplichtingen, vervat in artikel 168, tweede lid, gelden eveneens voor het personeel van de Onderneming.