Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republie ст. 12
HOOFDSTUK VII TOEZENDING VAN VERZOEKEN
1 Verzoeken om bijstand uit hoofde van dit Verdrag worden, schriftelijk en vergezeld van nuttig geachte documenten, rechtstreeks aan de douane-administratie van de andere Verdragsluitende Partij gericht. Wanneer de omstandigheden dit vereisen, kunnen verzoeken ook mondeling worden gedaan. Dergelijke verzoeken worden onmiddellijk schriftelijk bevestigd.
2 Verzoeken ingevolge het eerste lid van dit artikel bevatten de volgende gegevens: a. de administratie die het verzoek doet; b. het onderwerp van en de reden voor het verzoek; c. een korte beschrijving van de zaak, de juridische aspecten en de aard van de procedure; d. de namen en adressen van de bij de procedure betrokken partijen, voorzover bekend.
3 Een verzoek van een van de douane-administraties om een bepaalde procedure te volgen wordt ingewilligd, met inachtneming van de wettelijke en administratieve bepalingen van de aangezochte Verdragsluitende Partij.
4 De in dit Verdrag bedoelde informatie wordt alleen aan ambtenaren medegedeeld die door elke douane-administratie hiertoe zijn aangewezen. Een lijst van aldus aangewezen ambtenaren wordt aan de douane-administratie van de andere Verdragsluitende Partij verstrekt in overeenstemming met artikel 19, tweede lid, van dit Verdrag.