Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augus ст. 42Inzittenden van luchtvaartuigen
SECTIE I METHODEN EN MIDDELEN VAN OORLOGVOERING
1 Niemand die met een parachute uit een vliegtuig in nood springt, mag gedurende zijn neerdaling het doelwit van een aanval worden gemaakt.
2 Aan een persoon die met een parachute uit een vliegtuig in nood is gesprongen dient, zodra hij bij zijn landing terecht komt op gebied dat door een tegenpartij wordt beheerst, de gelegenheid te worden geboden zich over te geven, voordat hij het doelwit van een aanval wordt gemaakt, tenzij het duidelijk is dat hij een vijandelijke handeling verricht.
3 Luchtlandingstroepen worden niet door dit artikel beschermd.