Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kin ст. 32Instelling van de procedure
HOOFDSTUK VII ONDERZOEK, VERVOLGING EN PROCESRECHT
Elke Partij neemt de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn om te waarborgen dat het onderzoek naar of de vervolging van de overeenkomstig dit Verdrag strafbaar gestelde feiten niet afhankelijk is van de aangifte of beschuldiging door een slachtoffer en dat de procedure kan worden voortgezet zelfs al trekt het slachtoffer zijn verklaring in.