Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrep ст. 11
TITEL II Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen
(1) Bij zijn beslissing op het verzoek tot afgifte van een verlof tot tenuitvoerlegging bepaalt het aangezochte gerecht zich ertoe te onderzoeken a) of de ingevolge artikel 10 vereiste stukken zijn overgelegd; b) of een van de in artikel 2, onder a en b, of artikel 3, lid 2, genoemde weigeringsgronden aanwezig is.
(2) De beslissing waarop het verlof tot tenuitvoerlegging moet worden gegeven, mag in geen geval getoetst worden op haar juistheid.