Verdrag inzake het recht betreffende het gebruik van interna ст. 5Redelijk en billijk gebruik en redelijke en billijke participatie
DEEL II ALGEMENE BEGINSELEN
1 De Waterloopstaten gebruiken een internationale waterloop op hun onderscheiden grondgebieden op redelijke en billijke wijze. Een internationale waterloop wordt in het bijzonder door de Waterloopstaten gebruikt en ontwikkeld met het oog op het bereiken van een optimaal en duurzaam gebruik en voordeel daarvan, rekening houdend met de belangen van de betrokken Waterloopstaten en verenigbaar met een behoorlijke bescherming van de waterloop.
2 De Waterloopstaten participeren op redelijke en billijke wijze in het gebruik, de ontwikkeling en de bescherming van een internationale waterloop. Deze participatie omvat zowel het recht op gebruik van de waterloop als de plicht samen te werken bij de bescherming en ontwikkeling daarvan, zoals bepaald in dit Verdrag.