Verdrag nopens de rechtspositie van de Noord-Atlantische Ver ст. 23
TITEL IV Internationale Staf en Deskundigen uitgezonden voor de Organisatie
De bepalingen van de bovenstaande artikelen 18, 20 en 21 zullen geen Staat verplichten enige van de voorrechten of immuniteiten als daarin bedoeld, toe te kennen aan enig persoon die een onderdaan is van die Staat, behalve:
(a) immuniteit van rechtsvervolging met betrekking tot door hem in de uitoefening van zijn officiële functies voor de Organisatie gesproken of geschreven woorden of door hem verrichte handelingen; (b) onschendbaarheid voor alle papieren en stukken welke betrekking hebben op het werk waarmede hij door de Organisatie belast is; (c) faciliteiten met betrekking tot valuta en deviezenrestricties voor zover noodzakelijk voor de doeltreffende uitoefening van zijn functies.