Europees Verdrag inzake de gelijkstelling van tijdvakken van ст. 1
1 In dit Verdrag worden de Verdragsluitende Partijen in groepen verdeeld, al naar de autoriteit die op haar gebied bevoegd is ten aanzien van aangelegenheden welke betrekking hebben op gelijkstelling is: (a) de Staat; (b) de universiteit; (c) de Staat of de universiteit, al naar het geval zich voordoet. Iedere Verdragsluitende Partij deelt de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa mede, welke autoriteit op haar grondgebied bevoegd is ten aanzien van aangelegenheden welke betrekking hebben op gelijkstelling.
2 Onder „universiteiten” worden verstaan: (a) universiteiten, en (b) instellingen welke door de Verdragsluitende Partij binnen welker grondgebied zij zijn gelegen worden geacht van dezelfde aard te zijn als een universiteit.