Verdrag inzake de regeling van aangelegenheden voortspruiten ст. 1
1 Voor zover dit niet reeds is gebeurd, zal de Bondsrepubliek alle maatregelen treffen welke nodig zijn om te verzekeren dat de in lid 3 van dit artikel bedoelde staten, personen en maatschappijen teruggave van hun goederen in hun huidige toestand en herstel van hun rechten en belangen in het grondgebied der Bondsrepubliek kunnen verkrijgen voor zover deze goederen, rechten of belangen aan een discriminerende behandeling onderworpen waren. De goederen, rechten en belangen van de in lid 3 bedoelde staten, personen en maatschappijen worden door de Bondsrepubliek bevrijd van alle belemmeringen en lasten van elke aard waaraan zij als gevolg van een discriminerende behandeling eventueel onderworpen zijn. Geen kosten worden in rekening gebracht, noch in verband met de teruggave of het herstel van rechten en belangen, noch in verband met het wegnemen van belemmeringen of lasten. Billijke voorwaarden kunnen echter worden opgelegd om de onrechtvaardige verrijking van enigerlei in lid 3 bedoelde staat, persoon of maatschappij tegen te gaan.
2 Bij de inwerkingtreding van dit Verdrag stelt de Bondsrepubliek de in de Bijlage bij dit Hoofdstuk omschreven procedure voor het indienen en behandelen van op de bepalingen van dit artikel gebaseerde eisen tot schadevergoeding en voor de voldoening van op deze eisen gebaseerde beslissingen vast en geeft hieraan behoorlijke openbaarheid. De Bondsrepubliek stelt ook, voor zover dit mogelijk is, alle gegevens omtrent het beheer uitgeoefend door beheerders van goederen, rechten of belangen ter beschikking aan iedere belanghebbende partij welke hierom verzoekt. De volgende rechtspersonen en personen kunnen aanspraken doen gelden krachtens de bepalingen van dit artikel: (a) leden der Verenigde Naties en hun onderdanen, (b) de rechtsopvolgers van die onderdanen, en (c) krachtens het Duitse recht georganiseerde maatschappijen waarin onderdanen van leden der Verenigde Naties aandelen bezitten, mits zulke onderdanen of hun rechtsopvolgers, met uitzondering van directe rechtsopvolgers krachtens erfenis of testamentaire beschikking, onderdanen van leden der Verenigde Naties waren op het ogenblik waarop de discriminerende behandeling plaats vond.
4 De uitdrukking „discriminerende behandeling”, zoals deze in dit artikel wordt gebruikt, betekent maatregelen van allerlei aard welke tussen 1 September 1939 en 8 Mei 1945 zijn toegepast op enigerlei goederen, rechten of belangen als gevolg van buitengewone niet algemeen op alle niet-Duitse goederen, rechten en belangen van toepassing zijnde bepalingen welke schade, verlies of benadeling ten gevolge hadden zonder de vrijwillige toestemming van de belanghebbende partijen en zonder betaling van toereikende schadevergoeding. Elk handelen of nalaten krachtens de Duitse beschikking inzake de behandeling van vijandelijke eigendommen van 15 Januari 1940 of enige wijziging op deze beschikking, of enige andere regeling welke een zelfde doel beoogde, kan worden beschouwd als een discriminerende behandeling, zelfs indien zulk een handelen of nalaten binnen het kader lag van die beschikking, wijziging of regeling, indien blijkt dat (a) buitenlandse goederen, rechten of belangen er schade door hebben geleden; en (b) deze schade voorkomen had kunnen worden zonder inbreuk te maken op die beschikking, wijziging of regeling.
5 De bepalingen van dit artikel gelden niet voor eisen tot schadevergoeding behandeld in de Hoofdstukken Drie en Vier van dit Verdrag.
6 Onder de bepalingen van dit artikel valt niet schadevergoeding voor verlies van of schade aan goederen, rechten of belangen, veroorzaakt door een discriminerende behandeling of indirect of direct op enigerlei andere wijze het gevolg van de oorlog, doch tasten niet het recht van een lid van de Verenigde Naties aan om tijdens onderhandelingen over een vredesregeling enigerlei eis tot schadevergoeding van dien aard in te dienen met betrekking tot zijn eigen goederen, rechten of belangen of die van zijn onderdanen.