Verdrag inzake de regeling van aangelegenheden voortspruiten ст. 7
Ten einde de belangen van buitenlandse onderdanen te beschermen, blijven de volgende wetgevingen van kracht:
(a) op het gebied van de wetgeving inzake de munthervorming: (i) vervallen. (ii) de wetten van de Geallieerde Hoge Commissie No. 57 (Status van bepaalde financiële instellingen krachtens de wetgeving inzake de geldsanering) en No. 65 (Derde wijziging van de wetgeving inzake de munthervorming) welke de Herwaarderingswetten aanvullen, wijzigen en uitleggen; (b) vervallen; (c) op andere gebieden: (i) vervallen. (ii) vervallen. (iii) Wet No. 34 van de Geallieerde Hoge Commissie inzake de toepassing van de ruilverkaveling op eigendommen van niet-Duitse onderdanen, als gewijzigd bij de wetten Nos. 50, 60, 64 en 72 van de Geallieerde Hoge Commissie: deze wetten worden echter geacht verder als volgt te zijn gewijzigd: (1) het tijdvak van een jaar beginnend op de datum van verwerving als bedoeld in lid 2 van artikel 2 van Wet No. 34, is, voor wat betreft een verwerving door overerving of een testamentaire beschikking, slechts van toepassing op een verwerving welke heeft plaats gevonden voor 31 December 1952; (2) een landeigenaar ten aanzien van wie betwist werd dat hij een niet-Duitse nationaliteit bezat en die derhalve niet in de gelegenheid was zijn land voor 29 Februari 1952 van de hand te doen ingevolge lid 1 van artikel 2 van Wet No. 34 van de Geallieerde Hoge Commissie, kan binnen een tijdvak van een jaar beginnend op de datum waarop kwam of is komen vast te staan dat hij niet de Duitse nationaliteit bezat, zijn land van de hand doen; (3) landeigenaars die zowel de Duitse als een niet-Duitse nationaliteit bezaten worden binnen het kader van deze wetten geacht niet-Duitse onderdanen te zijn indien hun eigendommen te eniger tijd tussen 1 September 1939 en 8 Mei 1945 onderworpen waren aan de bepalingen van de Duitse beschikking inzake de behandeling van vijandelijke eigendommen van 15 Januari 1940 of enige wijziging op deze beschikking, of enige andere regeling welke een zelfde doel beoogde. In een zodanig geval is het tot 31 December 1952 geoorloofd het land van de hand te doen.