Internationaal Verdrag ter bestrijding van de handel in vrou ст. 1
De Hooge Verdragsluitende Partijen komen overeen, voorzoover zij nog geen Partij zijn bij de bovenvermelde regeling van 18 Mei 1904 en het verdrag van 4 Mei 1910, zoo spoedig mogelijk en op de wijze voorzien in bovenbedoelde regeling en verdrag, haar bekrachtigingen van genoemde akten of haar toetredingen tot genoemde akten over te leggen.