Internationaal Verdrag ter bestrijding van de handel in vrou ст. 4
De Hooge Verdragsluitende Partijen komen overeen, voorzoover er tusschen haar geen uitleveringsverdragen van kracht zijn, alle maatregelen te nemen, die in haar macht staan, teneinde te geraken tot de uitlevering van personen beschuldigd van of veroordeeld wegens de misdrijven bedoeld in de artikelen 1 en 2 van het verdrag van 4 Mei 1910.