Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart ст. 16Doorzoeken van luchtvaartuigen
HOOFDSTUK II Uitoefening van de luchtvaart boven het grondgebied der Verdragsluitende Staten
De bevoegde autoriteiten van elk van de Verdragsluitende Staten hebben het recht zonder onredelijke vertraging luchtvaartuigen van de andere Verdragsluitende Staten bij landing of vertrek te doorzoeken en de bewijzen en andere bescheiden, door dit Verdrag voorgeschreven, te controleren.