Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgeva ст. 14
TITEL II Algemene bescherming van krijgsgevangenen
Krijgsgevangenen hebben onder alle omstandigheden recht op eerbiediging van hun persoon en van hun eer.
Vrouwen moeten met alle aan haar sekse verschuldigde voorkomendheid en in ieder geval even gunstig als mannen worden behandeld.
Krijgsgevangenen behouden de volle burgerlijke bevoegdheid welke zij op het tijdstip van hun gevangenneming genoten. De gevangenhoudende Mogendheid mag de gebruikmaking daarvan, zowel op haar grondgebied als daarbuiten, slechts beperken voor zover de krijgsgevangenschap zulks vereist.