Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering ст. 4
I MEDEDEELING VAN GERECHTELIJKE EN BUITENGERECHTELIJKE STUKKEN.
Het verrichten der beteekening, bedoeld bij de artikelen 1, 2 en 3, kan alleen geweigerd worden, indien de Staat, op wiens grondgebied deze zou moeten geschieden, oordeelt, dat zulks op zijne souvereiniteit of zijne veiligheid inbreuk zou kunnen maken.