Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemar ст. 6
TWEEDE DEEL Andere bepalingen
1 De nieuwe Lid-Staten storten de volgende bedragen overeenkomende met hun aandeel in het kapitaal dat door de Lid-Staten op 1 januari 1995 is gestort: Zweden Oostenrijk Finland 137.913.558 ecu, 103.196.917 ecu, 59.290.577 ecu. Deze bedragen worden gestort in vijf gelijke halfjaarlijkse termijnen die telkens vervallen op 30 april en 31 oktober. De eerste termijn dient te worden voldaan op de eerstvolgende van de twee genoemde data na de datum van toetreding.
2 Wat betreft het gedeelte dat op de datum van toetreding nog moet worden gestort uit hoofde van de kapitaalsverhoging en waartoe op 11 juni 1990 is besloten, zullen de nieuwe Lid-Staten deelnemen met de volgende bedragen: Zweden Oostenrijk Finland 14.069.444 ecu, 10.527.778 ecu, 6.048.611 ecu Deze bedragen worden betaald in acht halfjaarlijkse termijnen die telkens vervallen op de data waarop deze kapitaalsverhoging moet plaatsvinden, te beginnen op 30 april 1995.