Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemar ст. 6
HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
1 De kandidaat-Staat van verblijf kan zich ervan vergewissen dat de burger van de Unie die blijk heeft gegeven van zijn wil zijn actief kiesrecht aldaar uit te oefenen, dat recht in de Lid-Staat van herkomst niet ingevolge een individuele strafrechtelijke of civielrechtelijke beslissing heeft verloren.
2 Voor de toepassing van lid 1 kan de kandidaat-Staat van verblijf de in artikel 8, lid 2, bedoelde verklaring aan de Lid-Staat van herkomst toezenden. De relevante en normaal beschikbare gegevens uit de Lid-Staat van herkomst worden daartoe op passende wijze en binnen een passende termijn toegezonden; die gegevens mogen alleen de informatie bevatten die absoluut noodzakelijk is voor de toepassing van dit artikel en mogen alleen voor dat doel worden gebruikt. Indien de verstrekte gegevens de inhoud van de verklaring ontkrachten, neemt de Lid-Staat van verblijf de nodige maatregelen om te voorkomen dat de betrokkene zijn stem uitbrengt.
3 De Lid-Staat van oorsprong kan bovendien op passende wijze en binnen een passende termijn aan de kandidaat-Staat van verblijf alle informatie verstrekken die nodig is voor de toepassing van dit artikel.