Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duit ст. 140
Titel I Het in werking stellen van de instellingen
1 Vanaf het tijdstip der toetreding wordt het voorzitterschap van de Raad uitgeoefend door het lid van de Raad dat, overeenkomstig artikel 2 van de oorspronkelijke versie van het Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben, het voorzitterschap dient uit te oefenen. Na afloop van dit mandaat wordt het voorzitterschap uitgeoefend in de volgorde van de Lid-Staten die is vastgesteld in bovengenoemd artikel, gewijzigd bij artikel 11 .
2 De Raad brengt in zijn Reglement van Orde de aanpassingen, aan, welke door de toetreding noodzakelijk zijn geworden.