Overeenkomst tot oprichting van de Afrikaanse Ontwikkelingsb чл. 8Bijzondere fondsen
HOOFDSTUK II KAPITAAL
1 De Bank kan overgaan tot het instellen, of worden belast met het beheer, van Bijzondere Fondsen, waarvan de bedoeling is, dat zij bijdragen tot de verwezenlijking van haar doelstellingen die binnen haar arbeidsterrein vallen. Zij kan de middelen behorend tot zodanige Bijzondere Fondsen ontvangen, bezitten, gebruiken, vastleggen of op andere wijze daarover beschikken.
2 De middelen van zodanige Bijzondere Fondsen dienen afzonderlijk en gescheiden te worden gehouden van de gewone kapitaalmiddelen van de Bank overeenkomstig het bepaalde in artikel 11 van deze Overeenkomst.
3 De Bank stelt de bijzondere regels en voorschriften vast die nodig zijn voor het beheer en het gebruik van elk Bijzonder Fonds, altijd met dien verstande dat: a. Zodanige bijzondere regels en voorschriften onderworpen zijn aan artikel 7, vierde lid, de artikelen 9 tot en met 11 en de bepalingen van deze Overeenkomst die uitdrukkelijk van toepassing zijn op de gewone kapitaalmiddelen of gewone werkzaamheden van de Bank; b. Zodanige bijzondere regels en voorschriften niet strijdig mogen zijn met bepalingen van deze Overeenkomst die uitdrukkelijk van toepassing zijn op bijzondere middelen of bijzondere werkzaamheden van de Bank; en dat c. Wanneer zodanige bijzondere regels en voorschriften niet van toepassing zijn, de Bijzondere Fondsen vallen onder de bepalingen van deze Overeenkomst.