Werkloosheidswet · Werkloosheidswet
Werkloosheidswet Art. 38
§ 3 De betaling van de uitkering
1 Voor het in ontvangst nemen en het verlenen van kwijting voor de betaling van de uitkering, wordt een minderjarige met een meerderjarige gelijk gesteld.
2 Indien de wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige zich schriftelijk bij het UWV verzet tegen betaling aan de minderjarige wordt de uitkering aan de wettelijke vertegenwoordiger betaald.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2006-06-30