Rechtsbibliothek und Fallanalyse · Österreich · Belgien · Europäische Union
LAWxPERT Anmelden Kostenloses Konto

Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren · Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren

Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren Art. 22

§ 3 Aanspraken tijdens ziekte en arbeidsongeschiktheid

In KraftAmtlicher Text

1 De doorbetaling van bezoldiging, bedoeld in artikel 17, eerste tot en met vierde lid , eindigt na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval: a. met ingang van de dag waarop de rechterlijk ambtenaar op grond van artikel 19 van dit besluit onderscheidenlijk artikel 46k van de wet is herplaatst; b. met ingang van de dag waarop de rechterlijk ambtenaar ontslag is verleend; of c. met ingang van de dag volgende op die waarop de rechterlijk ambtenaar is overleden.

2 De aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 19 , eindigt na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval: a. met ingang van de dag waarop de rechterlijk ambtenaar niet meer voldoet aan de in bedoeld artikel genoemde voorwaarden; b. met ingang van de dag waarop de rechterlijk ambtenaar ontslag is verleend; of c. met ingang van de dag volgende op die waarop de rechterlijk ambtenaar is overleden.

3 De doorbetaling van bezoldiging, bedoeld in artikel 18, eerste tot en met derde lid , eindigt na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval: a. met ingang van de dag waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar op grond van een aanvaarde andere betrekking van gelijke omvang aanspraak maakt op loon of bezoldiging; b. met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin de gewezen rechterlijk ambtenaar de AOW-gerechtigde leeftijd onderscheidenlijk, indien het een gewezen voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar betreft, 70 jaar heeft bereikt; of c. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar is overleden.

4 De aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 18, vierde tot en met zesde lid , eindigt: a. met ingang van de dag waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar niet meer voldoet aan de in artikel 18, vierde lid , genoemde voorwaarden; b. met ingang van de dag waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt; of c. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar is overleden.

Änderungsgeschichte
  • In werking sinds 2016-12-31