Besluit ex artikel XVIII Wet op de bezoldiging van de rechte Art. 3
1 Een eenmalige uitkering als bedoeld in artikel XVIII, derde lid, van de Wet: a. wordt, voor zover deze in verband met gederfde pensioenaanspraken wordt toegekend, berekend op gelijke wijze als een eenmalige uitkering als bedoeld in artikel 2 , en b. is, voor zover deze in verband met een te laag vastgestelde VUT-uitkering wordt toegekend, gelijk aan de nominale waarde van het verschil tussen, enerzijds, de VUT-uitkering die op basis van het hogere salarisbedrag, bedoeld in artikel XVIII van de Wet zou gelden en, anderzijds, de werkelijk genoten VUT-uitkering.
2 Voor zover de eenmalige uitkering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b , betrekking heeft op een op 1 april 1994 nog lopende VUT-uitkering, wordt voor "nominale waarde" gelezen: contante waarde per 1 april 1994 op basis van een rekenrente van 4%.