Besluit ex artikel XVIII Wet op de bezoldiging van de rechte Art. 4
Op de berekening van een eenmalige uitkering als bedoeld in artikel XVIII, vierde lid, van de Wet zijn artikel 3, eerste lid, onderdeel b , en tweede lid , van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat wordt verdisconteerd de afbouw in de aanspraak op het wachtgeld onderscheidenlijk in de Uitkeringsregeling 1966 .