Bankwet 1998 Art. 29
Hoofdstuk VI Overgangs- en slotbepalingen
1 De benoeming voor de eerste maal van de leden van de raad van commissarissen, bedoeld in artikel 13, derde lid , geschiedt door de aandeelhouders binnen 8 weken na inwerkingtreding van deze wet. Op dat tijdstip treden de commissarissen, benoemd overeenkomstig artikel 27 van de Bankwet 1948, af.
2 De voor de eerste maal benoemde leden van de raad van commissarissen, bedoeld in artikel 13, derde lid , hebben, in afwijking van artikel 13, derde lid , zitting voor de tijd van één tot vier jaren volgens een door de raad van commissarissen op te stellen rooster.