Bankwet 1998 Art. 30
Hoofdstuk VI Overgangs- en slotbepalingen
1 De benoeming voor de eerste maal van de leden van de bankraad, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder c , geschiedt door de Bank binnen 8 weken na inwerkingtreding van deze wet. Op dat tijdstip treden de leden van de bankraad, benoemd overeenkomstig artikel 32 van de Bankwet 1948, af.
2 De overeenkomstig het eerste lid benoemde leden hebben zitting voor de tijd van één tot vier jaren, volgens een door de bankraad op te stellen rooster.