Omgevingsregeling · Omgevingsregeling
Omgevingsregeling Art. 12.20(wijze van bemonsteren bij wegen)
§ 12.2.1 Kwaliteit van de buitenlucht
1 Als het gaat om het bemonsteren van de concentratie van stikstofdioxide, PM 2,5 en PM 10 , lood, koolmonoxide en benzeen op locaties die sterk door het verkeer worden beïnvloed, ligt de inlaatbuis: a. ten minste 25 m van de rand van grote kruispunten, waarbij de verkeersstroom wordt onderbroken en de uitstoot verschilt ten opzichte van het overige gedeelte van de weg; en b. niet meer dan 10 m van de wegrand.
2 Als het gaat om het bemonsteren van concentraties van arseen, cadmium, nikkel en benzo(a)pyreen op locaties die sterk door het verkeer worden beïnvloed, ligt de inlaatbuis: a. ten minste 25 m van de rand van grote kruispunten, waarbij de verkeersstroom wordt onderbroken en de uitstoot verschilt ten opzichte van het overige gedeelte van de weg; b. ten minste 4 m van het midden van de dichtstbij gelegen rijbaan; en c. op een locatie die representatief is voor de kwaliteit van de buitenlucht in de nabijheid van de rooilijn.