Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het Art. 4
1 Het gebruik op, dan wel de lozing of emissie uit, offshore-bronnen van stoffen die in het zeegebied terecht kunnen komen en dit kunnen aantasten dient strikt te worden onderworpen aan een vergunning of ontheffingsregeling door de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen. Bedoelde vergunning of ontheffingsregeling dient in het bijzonder uitvoering te geven aan de desbetreffende toepasselijke besluiten, aanbevelingen en alle andere akkoorden die ingevolge het Verdrag zijn aangenomen.
2 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen dienen te voorzien in een controle- en inspectiestelsel ten einde de naleving van de in het eerste lid van artikel 4 van deze Bijlage bedoelde vergunning of ontheffingsregeling te kunnen beoordelen.