Rechtsbibliothek und Fallanalyse · Österreich · Belgien · Europäische Union
LAWxPERT Anmelden Kostenloses Konto

Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie · Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie

Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie Art. 6

In KraftAmtlicher Text

1 De Leden erkennen dat het tijdens de overgangsperiode nodig kan zijn speciale vrijwaringsmaatregelen (in deze Overeenkomst „overgangsvrijwaringsmaatregelen” genoemd) te nemen. De overgangsvrijwaringsmaatregelen kunnen door een Lid worden toegepast op produkten die onder de Bijlage vallen, met uitzondering van de produkten die op grond van artikel 2 in de GATT 1994 zijn geïntegreerd. De Leden die geen beperkingen op grond van artikel 2 handhaven, delen het OST binnen 6O dagen na de datum van inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst mede of zij het recht wensen te behouden de bepalingen van dat artikel toe te passen. De Leden die de Protocollen tot verlenging van de MVO die sinds 1986 tot stand zijn gekomen niet hebben aanvaard, doen een dergelijke mededeling binnen zes maanden na de inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst. De overgangsvrijwaringsmaatregelen dienen zo min mogelijk te worden toegepast, overeenkomstig het bepaalde in dit artikel en de daadwerkelijke integratie op grond van deze Overeenkomst.

2 Vrijwaringsmaatregelen kunnen op grond van dit artikel worden genomen wanneer een Lid heeft vastgesteld 1) Een douane-unie kan vrijwaringsmaatregel als een enkele eenheid of namens een lidstaat nemen. Past een douane-unie een vrijwaringsmaatregel als eenheid toe, dan moet aan alle eisen voor de vaststelling van ernstige schade of dreigende ernstige schade op grond van deze overeenkomst zijn voldaan in de douane-unie als geheel. Wordt een vrijwaringsmaatregel namens een lidstaat genomen, dan moet aan alle eisen voor de vaststelling van ernstige schade of dreigende ernstige schade in die lidstaat zijn voldaan en is de maatregel tot die lidstaat beperkt. dat gebleken is dat een bepaald produkt in zulke toegenomen hoeveelheden in zijn gebied wordt ingevoerd dat de bedrijfstak in het binnenland die een soortgelijk en/of rechtstreeks concurrerend produkt vervaardigt daardoor ernstige schade lijdt of dreigt te lijden. Ernstige schade of dreigende ernstige schade moet aantoonbaar worden veroorzaakt door de toegenomen hoeveelheid van de totale invoer van dat produkt en niet door andere factoren zoals technologische veranderingen en veranderingen in consumentenvoorkeur.

3 Bij de vaststelling van ernstige schade of dreigende ernstige schade als bedoeld in lid 2, onderzoekt het Lid de gevolgen van deze invoer op de situatie van de betrokken bedrijfstak die tot uiting komt in de wijziging van economische variabelen zoals produktie, produktiviteit, benuttingsgraad, voorraden, marktaandeel, export, lonen, werkgelegenheid, prijzen op de binnenlandse markt, winsten en investeringen, waarvan geen enkele, op zich genomen of in combinatie met andere, noodzakelijkerwijs doorslaggevend is.

4 Maatregelen die op grond van dit artikel worden genomen worden per Lid toegepast. Of een Lid of Leden ernstige schade veroorzaken of dreigen te veroorzaken wordt vastgesteld aan de hand van de plotselinge en sterk stijgende invoer uit dat bepaalde Lid of die bepaalde Leden, welke invoer reeds heeft plaatsgevonden of die in de onmiddellijk toekomst dreigt plaats te vinden 2) Een stijging in de nabije toekomst moet meetbaar zijn en kan niet worden vastgesteld aan de hand van klachten, speculaties en mogelijkheden die bijvoorbeeld uit de produktiecapaciteit in exporterende Leden voortvloeien. , zoals blijkt uit het niveau van de invoer in vergelijking met de invoer uit andere bronnen, marktaandeel, importprijzen en prijzen op de binnenlandse markt op een vergelijkbaar handelsniveau, waarbij geen van deze factoren, op zich of in combinatie met andere, noodzakelijkerwijs doorslaggevend is. Deze vrijwaringsmaatregelen worden niet genomen ten aanzien van de export van een Lid die op grond van deze Overeenkomst reeds aan beperkingen is onderworpen.

5 De vaststelling van ernstige schade of dreigende ernstige schade met het oog op het nemen van vrijwaringsmaatregelen is niet meer dan 90 dagen geldig vanaf de in lid 7 bedoelde datum van eerste kennisgeving.

6 Bij de toepassing van overgangsvrijwaringsmaatregelen, wordt met name rekening gehouden met de belangen van exporterende Leden als hieronder aangegeven: a. De Leden die minstontwikkelde landen zijn krijgen een aanmerkelijk gunstiger behandeling, bij voorkeur op alle onderdelen maar ten minste in het algemeen, dan de andere in dit punt genoemde groepen. b. De Leden waarvan het totale exportvolume van textiel- en kledingprodukten gering is in vergelijking met het totale volume van de export van andere Leden en die slechts een klein percentage van de totale import van dat produkt in het importerende Lid voor hun rekening nemen, krijgen een gedifferentieerde en gunstiger behandeling bij het vaststellen van de economische termen als bedoeld in de leden 8, 13 en 14. Voor deze leveranciers zal met name rekening worden gehouden, gelet op de leden 2 en 3 van artikel 1, met de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van hun handel en de noodzaak hen commercieel betekenisvolle invoerhoeveelheden toe te staan. c. Bij het vaststellen van het niveau van de contingenten, van groeipercentages en flexibiliteitsbepalingen wordt speciale aandacht geschonken aan de behoeften aan export van wolprodukten van wolproducerende ontwikkelingslanden die Lid zijn, waarvan de economie en de textiel- en kledinghandel van de wolsector afhankelijk zijn, waarvan de totale textiel- en kledingexport vrijwel uitsluitend uit wolprodukten bestaat en die een relatief klein aandeel van de textiel- en kledingmarkt van de importerende Leden in handen hebben. d. Een gunstiger behandeling wordt toegestaan aan de wederinvoer door een Lid van textiel- en kledingprodukten die dat Lid naar een ander Lid heeft uitgevoerd voor bewerking en wederinvoer, in de zin van de wetten en praktijken van het importerende Lid, mits bij deze wederinvoer deugdelijke controle- en certificatieprocedures worden gevolgd, wanneer deze produkten worden geïmporteerd uit een Lid waarvoor dit soort handel een aanmerkelijk aandeel van zijn totale export van textiel- en kledingprodukten vertegenwoordigt.

7 Het Lid dat voornemens is vrijwaringsmaatregelen te nemen, vraagt overleg aan met het Lid of de Leden die door deze maatregelen getroffen zouden worden. Het verzoek om overleg gaat vergezeld van zo recent mogelijke, specifieke en ter zake dienende feitelijke informatie, met name ten aanzien van: a. de in lid 3 genoemde factoren op grond waarvan het Lid dat maatregelen wenst te nemen het bestaan van ernstige schade of dreigende ernstige schade heeft afgeleid, en b. de in lid 4 genoemde factoren op grond waarvan het voornemens is vrijwaringsmaatregelen te nemen ten aanzien van het betrokken Lid of de betrokken Leden. De informatie in verzoeken om overleg op grond van dit lid heeft zo veel mogelijk betrekking op duidelijk afgebakende produktiesegmenten en de in lid 8 genoemde referentieperiode. Het Lid dat maatregelen voorstelt geeft ook aan tot welk niveau het voornemens is de invoer van het betrokken produkt uit het betrokken Lid of de betrokken Leden te beperken; dit niveau mag niet lager zijn dan het in lid 8 bedoelde niveau. Het Lid dat om overleg verzoekt deelt dit ook mede aan de Voorzitter van het OST, onder opgave van alle feitelijke gegevens als in de leden 3 en 4 vermeld en het voorgestelde niveau van de beperking. De Voorzitter deelt het verzoek om overleg aan de Leden van het OST mede, onder opgave van het Lid dat het verzoek heeft gedaan, het betrokken produkt en het Lid dat het verzoek heeft ontvangen. Het betrokken Lid of de betrokken Leden beantwoord(t)(en) dit verzoek zo spoedig mogelijk. Het overleg vindt zonder uitstel plaats en wordt normalerwijze binnen 60 dagen na de ontvangst van het verzoek afgesloten.

8 Indien bij het overleg overeenstemming wordt bereikt over het feit dat de export van het betrokken produkt uit het betrokken Lid of de betrokken Leden moet worden beperkt, wordt de export niet teruggebracht tot een lager niveau dan het niveau van de import uit het betrokken Lid in de periode van 12 maanden die twee maanden voor de indiening van het verzoek om overleg is verstreken.

9 Gegevens over de overeengekomen beperkingsmaatregel worden het OST binnen 60 dagen na sluiting van de Overeenkomst medegedeeld. Het OST bepaalt of de Overeenkomst met dit artikel verenigbaar is. Het OST beschikt in verband hiermee over de feitelijke gegevens die de Voorzitter overeenkomstig lid 7 werden medegedeeld alsmede over alle andere ter zake dienende informatie die de betrokken Leden hebben verstrekt. Het OST kan de betrokken Leden de aanbevelingen doen die het dienstig acht.

10 Indien de Leden 60 dagen nadat het verzoek om overleg werd ontvangen geen overeenstemming hebben bereikt, kan het Lid dat de vrijwaringsmaatregelen heeft voorgesteld, binnen de 30 dagen na de periode van 60 dagen die voor het overleg was voorbehouden, de beperking volgens de datum van import of export toepassen, overeenkomstig het bepaalde in dit artikel, en de zaak aan het OST voorleggen. Het staat elk van beide Leden vrij de zaak vóór het verstrijken van bedoelde periode van 60 dagen aan het OST voor te leggen. In beide gevallen onderzoekt het OST de zaak zo spoedig mogelijk, met inbegrip van de vaststelling van ernstige schade of dreigende ernstige schade en de oorzaken daarvan, en doet het de betrokken Leden binnen de 30 dagen passende aanbevelingen. Bij de uitvoering van het onderzoek beschikt het OST over de feitelijke gegevens die de Voorzitter van het OST, overeenkomstig lid 7, werden medegedeeld alsmede over alle andere ter zake dienende informatie die de betrokken Leden hebben verstrekt.

11 In zeer uitzonderlijke en kritische omstandigheden waarin uitstel moeilijk te herstellen schade zou kunnen veroorzaken, kunnen overeenkomstig lid 10 voorlopige maatregelen worden genomen, voor zover het verzoek om overleg en de kennisgeving aan het OST binnen vijf werkdagen nadat de maatregelen zijn genomen worden ingediend. Wordt bij het overleg geen overeenstemming bereikt, dan wordt het OST daarvan bij afsluiting van het overleg in kennis gesteld, en in elk geval binnen de 60 dagen nadat de maatregelen werden genomen. Het OST onderzoekt de zaak zo spoedig mogelijk en doet de betrokken Leden binnen de 30 dagen passende aanbevelingen. Wordt bij overleg wel overeenstemming bereikt, dan stellen de Leden het OST hiervan bij afsluiting van het overleg in kennis, en in elk geval binnen de 90 dagen nadat de maatregelen werden genomen. Het OST kan de betrokken Leden de aanbevelingen doen die het dienstig acht.

12 Een Lid kan de maatregelen die op grond van dit artikel zijn genomen handhaven: a. voor ten hoogste drie jaar, zonder verlenging, of b. tot het produkt in de GATT 1994 is geïntegreerd, indien dit eerder is.

13 Blijft de beperkingsmaatregel meer dan een jaar van kracht, dan is het niveau voor de volgende jaren het niveau van het eerste jaar vermeerderd met een groeipercentage van niet minder dan 6% per jaar, tenzij het OST kan worden aangetoond dat een ander percentage gerechtvaardigd is. Het beperkingsniveau voor het betrokken produkt mag in een van elke twee daaropvolgende jaren door vervroegde benutting en/of overdracht met 10% worden overschreden, waarbij de vervroegde benutting niet meer dan 5% mag bedragen. Op het gecombineerde gebruik van overdracht, vervroegde benutting en van het bepaalde in lid 14 worden geen kwantitatieve beperkingen gesteld.

14 Wanneer een Lid op meer dan één produkt van een ander Lid, op grond van dit artikel, beperkingen stelt, mag het niveau van de overeengekomen beperking, op grond van het bepaalde in dit artikel, voor elk van deze produkten met 7% worden overschreden, mits de totale export waarop beperkingen van toepassing zijn niet hoger is dan het totale niveau voor alle produkten waarop op grond van dit artikel beperkingen van toepassing zijn, op basis van overeengekomen gemeenschappelijke eenheden. Wanneer de perioden waarin beperkingen van toepassing zijn niet geheel met elkaar samenvallen, wordt deze bepaling naar evenredigheid op de overlappende perioden toegepast.

15 Worden op grond van dit artikel vrijwaringsmaatregelen toegepast op een produkt waarop voorheen, in de periode van twaalf maanden vóór de inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst, op grond van de MVO of op grond van artikel 2 of artikel 6 een beperking van toepassing was, dan is het niveau van de nieuwe beperking het in lid 8 bedoelde niveau, tenzij de nieuwe beperking in werking treedt binnen één jaar na: a. de in artikel 2, lid 15, bedoelde datum van kennisgeving van de opheffing van de vroegere beperking; of b. de datum van opheffing van de vroegere beperking op grond van het bepaalde in dit artikel of in de MVO, in welke gevallen het niveau niet lager is dan het hoogste van de twee hiernagenoemde niveaus: i) het niveau van de beperking in de laatste twaalfmaandelijkse periode waarin het produkt aan een beperking was onderworpen, ii) het in lid 8 bedoelde beperkingsniveau.

16 Wanneer een Lid dat geen beperkingen handhaaft op grond van artikel 2 besluit op grond van het bepaalde in dit artikel een beperking toe te passen, stelt het passende regelingen vast waarbij a. volledig rekening wordt gehouden met factoren zoals tariefindeling en kwantitatieve eenheden bij normale commerciële import- en exportpraktijken, zowel wat vezelsamenstelling betreft als in termen van concurrentie op hetzelfde segment van de binnenlandse markt, en b. een te ver doorgevoerde categorisering wordt vermeden. Het in lid 7 of lid 11 bedoelde verzoek om overleg bevat alle gegevens over dergelijke regelingen.