Europees-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot Art. 18
HOOFDSTUK 3 GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN
1 De rechten van toepassing op de onderlinge invoer van de partijen zijn de bij de WTO geconsolideerde rechten of de op 1 januari 1999 toegepaste rechten, indien deze lager zijn. Indien de rechten na 1 januari 1999 erga omnes zijn verlaagd, is het verlaagde recht van toepassing.
2 In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Egypte worden geen nieuwe douanerechten bij invoer of bij uitvoer of heffingen van gelijke werking ingesteld, noch worden de rechten of heffingen welke reeds van toepassing zijn verhoogd, tenzij deze overeenkomst anders bepaalt.
3 De partijen stellen elkander in kennis van de door hen per 1 januari 1999 toegepaste rechten.