Verdrag betreffende de veiligheidsvoorschriften in het bouwb Art. 11
DEEL III Algemene bepalingen betreffende hefwerktuigen
1 Hefwerktuigen en takels, daaronder begrepen inrichtingen voor het vastmaken, verankeren en ondersteunen, moeten: a. doelmatig zijn geconstrueerd, zijn vervaardigd van materiaal van goede hoedanigheid en voldoende sterk zijn en mogen geen duidelijke gebreken hebben; b. in goede staat van onderhoud verkeren.
2 Elke kabel, gebruikt voor het ophijsen of neerlaten van materialen of voor het dragen van een last, moet van goede hoedanigheid zijn, voldoende weerstand hebben en geen duidelijke gebreken vertonen.