Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitsers Art. 7Weigeringsgronden, reikwijdte en beëindiging van de uitvoering
1 Een verzoek overeenkomstig het eerste lid van artikel 6 wordt geweigerd in geval van: a. beslissingen waarbij celstraf als hoofdstraf wordt opgelegd; b. verkeersovertredingen die samenvallen met overtredingen die niet alleen verband houden met het wegverkeer, tenzij de verkeersovertredingen afzonderlijk of uitsluitend worden vervolgd.
2 Een verzoek om bijstand bij de uitvoering van een bekeuring kan worden geweigerd indien wordt vastgesteld dat: a. de bekeuring betrekking heeft op feiten die volgens de wet- en regelgeving van de aangezochte partij niet strafbaar zijn; b. de uitvoering van het verzoek zou indruisen tegen het beginsel van ne bis in idem; c. er naar het recht van de aangezochte partij sprake is van immuniteit, waardoor uitvoering van de bekeuring onmogelijk is; d. de bekeuring naar het recht van de aangezochte partij niet meer uitvoerbaar is wegens het verstrijken van de termijn; e. de bekeuring niet onherroepelijk is; f. de bekeuring de betrokkene niet of niet tijdig heeft bereikt, overeenkomstig de wet- of regelgeving van de verzoekende partij; g. de bekeuring of althans de essentiële inhoud ervan niet is vertaald in de taal of talen van de partij op wier soevereine grondgebied de ontvanger verblijft; h. het verzoek onvolledig is en kan niet worden aangevuld door de bevoegde autoriteiten van de verzoekende partij.
3 Indien een verzoek wordt afgewezen, wordt de verzoekende partij daarvan in kennis gesteld met vermelding van de redenen voor de afwijzing.
4 Indien, nadat een bekeuring naar de aangezochte partij is verstuurd, de verzoekende partij een geldsom heeft ontvangen om de bekeuring te betalen, wordt de aangezochte partij daarvan onverwijld in kennis gesteld.
5 Delen van de bekeuring die reeds zijn betaald, kunnen niet meer worden geïnd.