anc. C.civ. · Burgerlijkwetboek (art. 1–515)
anc. C.civ. Art. 130
TITEL IV. - AFWEZIGEN. — HOOFDSTUK lI. - Gerechtelijke verklaring van overlijden <W 2007-05-09/44, art. 22, 037; Inwerkingtreding : 01-
<W 2007-05-09/44, art. 27, 037; Inwerkingtreding : 01-07-2007> Binnen vijftien dagen na de uitspraak brengt de griffier het beschikkend gedeelte van het vonnis bij gerechtsbrief ter kennis van de partijen. De termijn van hoger beroep bedraagt twee maanden te rekenen van deze kennisgeving. Het hoger beroep wordt bij verzoekschrift bij de familiekamer van het hof van beroep ingesteld. Op straffe van nietigheid moet het binnen acht dagen na de datum waarop het verzoekschrift is ontvangen bij deurwaardersexploot of bij een ter post aangetekende brief ter kennis worden gebracht van de griffie van de rechtbank van eerste aanleg die de bestreden beslissing heeft gewezen. De griffier maakt van het beroep melding op de kant van de bestreden beslissing. De regels die gelden in eerste aanleg zijn van toepassing voor hoger beroep.
De griffier van het hof van beroep geeft kennis van het arrest overeenkomstig de bepalingen die gelden in eerste aanleg. De termijn voor voorziening in cassatie bedraagt één maand vanaf deze kennisgeving.
De termijn voor voorziening in cassatie en de voorziening tegen het arrest waarbij het overlijden wordt vastgesteld hebben schorsende kracht.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2013-07-30/23, art. 14, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
Verwijst naar
- anc. C.civ. Art. 037
- anc. C.civ. Art. 27